Onze geschiedenis

De geschiedenis van de Tussenvoorziening

Al vanaf 1994 komt de Tussenvoorziening in actie voor mensen in de regio Utrecht en omstreken die het in hun eentje niet redden. Wat begon met het uitdelen van dekens vanuit de Tussenbus, groeide uit tot een krachtige organisatie waarin 450 betaalde krachten en 400 vrijwilligers doen wat nodig is om mensen sterker verder te helpen.





1994

De Tussenbus

De eerste voorziening van de Tussenvoorziening is De Tussenbus. Vrijwilligers delen hier ontbijt, soep en dekens uit. Er is een toilet en wasbak. Voor velen is dit de enige mogelijkheid zich op te frissen. De Tussenbus richt zich vooral op daklozen voor wie de nachtopvang een te hoge drempel is. De bus wordt elke dag druk bezocht door zo’n 150 daklozen.

De Tussenbus wordt met sympathie ontvangen door vrijwilligers en fondsen. Helaas is het door weerstand en protest van omwonenden regelmatig moeilijk om een vaste standplaats te vinden. Ook is er weerstand vanuit de toenmalige wethouder, voor wie de bus duidelijk maakt hoeveel daklozen er nog op straat staan. Ondanks dat draait de bus jarenlang op volle toeren. In 2007 sluit de bus definitief haar deuren dankzij de komst van hostels en de terugloop in het aantal buitenslapers. De bus wordt via Marktplaats verkocht.

In 1995 telt Utrecht zo’n 600 daklozen, waaronder 170 die regelmatig buiten slapen. De gemeente financiert de plannen van de Tussenvoorziening en draagt de opvang van gezinnen aan ons over (Tussenvoorziening 2). Ook komt er geld voor individuele daklozen (Tussenvoorziening 3). Tussenvoorziening 1 voor daklozen met psychiatrische problemen gaat helaas niet door omdat de SBWU afhaakt.

Hoewel de financiering aardig loopt, zijn er in december nog steeds geen panden. Tientallen locaties worden bekeken, zonder succes. De panden zijn te klein, verbouwingskosten zijn te hoog of de besluitvorming laat op zich wachten. Na een hectische voorbereiding openen in 1996 de deuren van twee woonvoorzieningen.

Met de uitbreiding van de woonvoorziening, maakt de Tussenvoorziening een slag van opvang naar begeleiding. Omdat de praktijk leert dat veel daklozen in de hulpverlening vastlopen, wordt gekozen voor een begeleidende en ondersteunende rol, naast de bewoners. Begrippen als ‘hulpverlenen’ en ‘behandelen’ zijn taboe. Het uitgangspunt is wat bewoners zelf kunnen.

De scheiding tussen begeleiden en hulpverlenen verandert door de jaren. Om de zorg gefinancierd te krijgen via de AWBZ, komt de nadruk te liggen op ziektebeelden, aandoeningen en beperkingen. Langzamerhand wordt de Tussenvoorziening een hulpverlenende organisatie. Met de komst van de WMO in 2015 keren we terug naar onze oorspronkelijke visie: uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht.

Bijna alle daklozen blijken te kampen met financiële problemen. In het najaar van 1997 ontstaat Stadsgeldbeheer als 4e voorziening van de Tussenvoorziening. Financiële dienstverlening geeft rust en dus een belangrijke bijdrage aan preventie en herstel. De gemeente ziet de noodzaak en het nut al snel in en besluit het initiatief te steunen. Later aangevuld door financiering via de AWBZ.

De financiële dienstverlening van Stadsgeldbeheer wordt vanaf het begin nauw ontwikkelt in relatie tot de zorg en begeleiding aan de doelgroep. En dat is een duidelijk verschil met reguliere schuldhulpverlening. In geen enkele grote gemeente is de financiële dienstverlening aan (ex) daklozen en thuislozen op deze schaal ondergebracht bij één uitvoeringsorganisatie.

Het personeelsbestand van de Sleep Inn bestaat in de beginjaren uit vrijwilligers die, tegenwoordig haast ondenkbaar, bewust baanloos zijn. Als de gemeente besluit geld te geven voor een betaalde nachtwaker, levert dat in eerste instantie weerstand op. De Sleep Inn medewerkers willen niet verdienen aan daklozen.

In de oprichtingsstatuten staat dat het doel van de Tussenvoorziening bereikt moet worden met zoveel mogelijk vrijwilligers. Een klein jaar later zijn daar al vragen over. Men wil niet afhankelijk zijn van alleen vrijwilligers. Met de komst van betaalde krachten is de continuïteit beter gewaarborgd en kunnen vrijwilligers steeds meer aanvullende taken vervullen.

1999

Not in my backyard

‘Buurt wil niet praten over daklozenopvang’, ‘Geen aso’s bij school’. Woedende omwoners die dreigen ‘de boel in brand te steken’. Sinds het idee dat daklozen deel uit moeten maken van de samenleving, zijn ze zichtbaarder geworden en daarmee nemen de protesten toe. ‘Daklozen verdienen natuurlijk een plek, maar niet in onze achtertuin.’

Protesten kunnen jaren duren omdat politici, denkend aan hun kiezers, daar alle ruimte voor geven. Als de gemeente de regie houdt, vallen de protesten mee. Bewoners krijgen bovendien vertrouwen als ze zien dat de we goed zijn in het beheren van ‘ingewikkelde mensen’: als je de Sleep Inn kunt beheren, is de rest een eitje.

Eind jaren ‘90 komen Huis Vaartserijn, Catharijnehuis, Sleep Inn en de Tussenvoorziening bij elkaar met het voornemen om te fuseren. De maatschappelijke opvang in Utrecht is teveel versnipperd en we willen een Dienstencentrum realiseren. Voor het eerst wordt gesproken over trajectbegeleiding. De fusie en het dienstencentrum gaan niet door. Misschien was de tijd er niet rijp voor. 

Kort daarna worden we benaderd door de Nachtopvang in Zelfbeheer (NoiZ). In 2001 volgt een fusie. Daarna volgen de Sleep Inn, ‘t Smulhuis, de Loef, Beheer Uitkeringen Pensioenen, Huiskamer Aanloop Prostituees, Wegwijs, BOKA, Weerdsingel, Meisjesstad en De Stek. Naast fusies ontstaan verschillende samenwerkingsverbanden. Zoals het Netwerk Maatschappelijke Opvang (NEMO), lidmaatschap van Valente en samenwerking in G4 verband.

Eind jaren ’90 is het duidelijk dat er een einde moet komen aan de mensonterende leefomstandigheden van verslaafden en psychiatrisch patiënten op straat. Hans Spekman, wethouder maatschappelijke opvang, introduceert de nieuwe aanpak ‘Hard en Sociaal’. Hiervoor wordt 20 miljoen euro vrijgemaakt. Utrecht wordt een voorbeeld van hoe het kan.

Er komt een sterke samenwerking van de grond tussen gemeente, politie, woningbouwcorporaties en zorginstellingen. De gemeente houdt voet bij stuk. Ondanks de weerstand krijgt de GG&GD de opdracht om 3 zorgcentra en 150-200 plaatsen in hostels te realiseren. In 2001 wordt ‘de tunnel’ onder Hoog Catharijne gesloten.

In de beginjaren is de afstand tussen bestuur en medewerker/vrijwilliger kort. De informatiestroom en besluitvorming gaan snel. Eens per jaar komen alle medewerkers bij elkaar in een personeelsvergadering. Als de Tussenvoorziening groeit, breekt de tijd aan voor formele medezeggenschap. In mei 2002 vinden de eerste ondernemingsraadverkiezingen plaats. De eerste OR bestaat uit 5 medewerkers en 1 vrijwilliger.

De medezeggenschap van cliënten verloopt tot 2005 informeel. Met uitzondering van de NOIZ, waar medezeggenschap is gebord in het zelfbeheer, kunnen cliënten hun mening uiten in het bewonersoverleg. Begin jaren 2000 past deze vorm niet meer. Na een gedegen voorbereiding is in mei 2005 de eerste cliëntenraad van de Tussenvoorziening een feit.

2003

Noiz

In 1994 bezet een aantal daklozen de Sleep Inn om aandacht te vragen voor het tekort aan slaapplekken. Voor 600 daklozen zijn slechts 250 bedden beschikbaar. Bovendien verzetten ze zich tegen wat zij zien als ‘betuttelende bejegening’ door de medewerkers. De daklozen raken in gesprek met de gemeente en deze stemt in met een opvang in zelfbeheer.

Zo gezegd maar niet zo gedaan. Als de winter aanbreekt is er nog geen geschikte locatie.  De Utrechtse kraakbeweging schiet te hulp en kraakt een pand aan de Brigittenstraat. Reguliere opvanginstellingen reageren in eerste instantie wat zuur: Die spreken van “wat wilde ideeën van daklozen”. De Tussenvoorziening steunt al snel, alleen al vanwege het feit dat onze medewerkers de NoiZ vrijwillig helpen. Dat wilde ideeën een lang leven beschoren zijn, maakt het bestaan van de NoiZ wel duidelijk.

Vanaf het derde jaar is de Tussenvoorziening afhankelijk van gemeentelijke subsidie. Nieuwe projecten en noodzakelijke extra’s worden gefinancierd met fondsen. In 2002 wordt duidelijk dat we geld uit de AWBZ kunnen krijgen. Begin 2004 ontvangen we een toelating van het Zorgkantoor. Het leidt tot een enorme cultuuromslag. Voortaan moet worden bijgehouden hoeveel uur aan zorg wordt besteed.

Naast algemene fondsen, ontstaan er twee Tussenvoorziening-fondsen.

  • Het Bob van der Houtfonds, dat in 1998 is opgericht, biedt onze cliënten renteloze leningen.
  • Het Odiliafonds dat in 2007 is opgericht, biedt financiële en materiële ondersteuning aan de crisisopvang BOKA en haar cliënten.

In 2005 sluit Huiskamer Aanloop Prostituees (HAP) zich aan bij de Tussenvoorziening. In mei van dat jaar rijdt de omgebouwde SRV-wagen niet meer de Europalaan op en af, maar laten we hem staan. Dat leidt tot een belangrijke kostenbesparing, waardoor we kunnen uitbreiden naar het Zandpad. Ook maakt het duidelijk dat ‘we’re here to stay’. De bus zal jarenlang dienst doen als mobiele huiskamer. Hier komen alle lijnen samen en worden in totaal maximaal 150 prostituees opgevangen.

De opvangmedewerkers werken vanuit het idee dat de meeste vrouwen niet vanuit een positieve reden kiezen voor het werken in de prostitutie, wat niet per definitie gelijk staat aan werken onder dwang. Voor het werken onder dwang is vanaf 2005 steeds meer aandacht. De openingstijden van het HAP verdubbelden en er wordt ingezet op uitstaptrajecten.

In 2006 tellen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zo’n 10.000 dak- en thuislozen en 11.800 dreigend daklozen. Met het verschijnen van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang wordt voor het eerst een landelijk statement gemaakt: ‘geen dakloze brengt in de grote steden de nacht op straat door’. Tot 2013 wordt hiervoor jaarlijks 120 miljoen euro vrijgemaakt.

De Tussenvoorziening kan begeleid wonen uitbreiden. Er wordt activering en schuldhulpverlening gerealiseerd. En gestart met de outreachende voorziening ‘Doorstroom’. Doorstroom gaat de straat op om daklozen toe te leiden naar hulpverlening. Zorgmijdende daklozen worden gemeld bij het Meld en Actiepunt OGGz en in de Brede Centrale Toegang worden indicaties besproken.

Betrokkenheid. Idealisme. Goede bedoelingen. Dat zijn de pijlers waar de Tussenvoorziening is gebouwd en groot mee geworden. Over idealisme wordt tegenwoordig wat lacherig gedaan, maar het werk van de Tussenvoorziening kan niet zonder idealisme. En idealistische collega’s helpen liever hun cliënten dan dat ze formulieren invullen of rapportages schrijven.

Door de jaren heen verandert onze visie op ons werk. De eisen worden hoger naarmate de organisatie groeit en een belangrijker speler wordt voor de gemeente, ketenpartners en het zorgkantoor. Er komt een kwaliteitssysteem en cliëntregistratiesysteem. In 2007 leidt dat tot het HKZ-certificaat: het bewijs dat we ons professionele huishouden goed op orde hebben.

2008

Crisisopvang

Met de toename van kwaliteitseisen op het gebied van financiën, organisatie en Arbo, wordt het voor kleine organisaties steeds lastiger om zelfstandig te overleven. Om de activiteiten voort te zetten is aansluiting bij een grotere organisatie de oplossing. In korte tijd sluiten 3 locaties voor crisisopvang zich aan bij De Tussenvoorziening.

De Weerdsingel sluit zich in 2005 aan. Meisjesstad van de Zusters Augustinessen in 2009. Het is ons oudste onderdeel, want het bestaat al sinds de twintiger jaren van de vorige eeuw. De voorzieningen zijn ondertussen samen verhuisd naar de Paranadreef. Weerdsingel is sinds die tijd opvang voor mensen die niet rechtmatig in Nederland verblijven. De BOKA biedt opvang aan daklozen in IJsselstein en sluit zich in 2008 aan. Het is gehuisvest in een oud schoolgebouw. In 2021 vindt nieuwbouw plaats.

Het belang van een gezamenlijke aanpak van armoedebestrijding
is in 2009 duidelijk. Armoede is een belangrijke veroorzaker van dakloosheid. Maar de hulp aan mensen in armoede is versnippert. Op 30 oktober ondertekenen de verschillende initiatieven de Beginselverklaring van de Utrechtse Armoedecoalitie. De Tussenvoorziening is initiatiefnemer. Doel van de coalitie is de positie van arme mensen (in het speciaal kinderen) te verbeteren.

De Armoedecoalitie is niet ons eerste initiatief tegen armoede. In 2007 starten we het project ‘VoedselbankPLUS’. Hier delen we voedselpakketten uit plús sociaal juridische ondersteuning. Door de financiële hulp krijgen deelnemers hun financiën weer op orde en is een voedselpakket uiteindelijk niet meer nodig. We werkten intensief samen op wijkniveau met vrijwilligersorganisaties en kerken.

In 2010 werken we mee aan de totstandkoming van het visiedocument ‘Stedelijk Kompas’. De nadruk ligt op het voorkomen van dakloosheid en participatie. Hoewel het belang van huisvesting vaak is bewezen, lukt het door het woningentekort niet om cliënten een woning aan te bieden. De doorstroom stagneert. Met stagnatie of zelfs terugval van het herstel tot gevolg.

Gelukkig krijgt Utrecht in 2010 een progressief college. Het belang van een stedelijk impuls om mensen langdurig van de straat te krijgen,
wordt erkend. Dit leidt tot het ‘Actieplan wonen en woonvoorzieningen OGGz’. Er worden afspraken gemaakt met woningcorporaties. En er wordt prioriteit gegeven aan Skaeve Huse en een woonwerkvoorziening aan de Paranadreef.

Hoe ga je met cliënten om? Hoe kijk je tegen de cliënt aan, wat is een goede aanpak? De verschillende voorzieningen die zich in de loop der jaren aansluiten bij De Tussenvoorziening brengen hun eigen werkwijze mee. Bijvoorbeeld het zelfbeheerprincipe van de NoiZ. Met de professionalisering komt er meer aandacht voor methodisch werken.

De eerste methode is het 8-fasenmodel voor het werken aan doelen. De presentiebenadering vormt de basishouding van medewerkers: echt aanwezig zijn met aandacht. Bij de Tussenbus wisten ze al wat de bedoeling is, zo onderstreepte een busbezoeker jaren eerder: “Jullie waren en zijn voor mij een thuiskomen.” Ook de methodieken outreachend werken en rehabilatie worden toegepast.

In 2012 kan niemand er meer omheen: wijkgericht werken is de
trend. Ook de Tussenvoorziening gaat de wijken in. In Overvecht Noord richten we het Wijkteam Overvecht op, samengesteld uit begeleiders met verschillende disciplines. In Ondiep en Overvecht Zuid doen we ervaring op met de samenwerking met professionals uit verschillende organisaties in de pilot ‘Buurtteams Krachtig’.

De aanpak draagt bij aan laagdrempelige, snelle en flexibele hulp voor sociaal kwetsbaren. We gaan uit van eigen kracht en zelfredzaamheid en spreken het informele netwerk zo vroeg mogelijk aan. De professional komt pas aan bod wanneer andere mogelijkheden zijn uitgeput. Intensieve samenwerking met andere voorzieningen (wijkwelzijnsorganisaties, wijkagenten, scholen) vergroot de laagdrempeligheid.

In 2013 lijkt definitief een punt te zijn gezet achter de traditionele verzorgingsstaat en de visie ‘zorg als recht’. Eigen regie en zelfredzaamheid vieren hoogtij. De Tussenvoorziening omarmt de opvatting dat meer wordt gekeken naar wat mensen kunnen in plaats van wat zij niet kunnen. Wij blijven ons richten op mensen die tussen wal en schip raken.

De Tussenvoorziening begeleidt vanuit een krachtgerichte benadering, vraaggericht en zoveel mogelijk wijkgericht. Voor sommige mensen is de eigen kracht echter al verbruikt bij het opstaan. Zij kunnen zich moeilijk staande kunnen houden en dreigen hun huis te verliezen. Voor sommige mensen is de eigen kracht al verbruikt bij het opstaan. Opnieuw belanden mensen op straat. Niet de problemen veranderen, maar de visie op de verzorgingsstaat en de inrichting van zorg verandert.

Vanaf 2014 biedt de Tussenvoorziening begeleiding aan ouder én kind. We leiden onze medewerkers op in onze eigen gezinsmethodiek. Een mix van de krachtgerichte methodieken Krachtwerk en Veerkracht. Hiermee proberen we te voorkomen dat we de kinderen van nu als volwassene terugzien in de opvang.

Elk gezin krijgt gezinsbegeleiding. Ook kinderen krijgen hun eigen begeleider. Samen met ouders werken we aan een veilige en stabiele leefomgeving en een positief opvoedklimaat. We signaleren risico’s en werken samen met partners in de kind-keten. We zorgen voor zo min mogelijk verhuisbewegingen voor gezinnen.

In 2015 wordt ons maatschappelijke zorgsysteem verknipt, verhaspeld gedecentraliseerd. De AWBZ wordt vervangen door de WMO. De jeugdzorg gaat over van het Rijk naar de gemeentes en de participatiewet moet mensen een plek op de arbeidsmarkt bieden. Bovenop deze decentralisatie komt een forse bezuiniging. Met het toverwoord ‘zelfredzaamheid’ moeten gemeentes moeten meer doen met minder geld.

Voor de Tussenvoorziening is 2015 het enige jaar in de geschiedenis van krimp. ‘TV Zelfstandig’, onze afdeling ambulante woonbegeleiding wordt overgedragen aan de buurtteams. We ondersteunen het idee van meer samenwerking in de buurt en stimuleren medewerkers om over te gaan. Helaas verdwijnt met deze overgang ook de bemoeizorg. ‘Vraaggericht werken’ wordt de nieuwe slogan. Een buitensluitend mechanisme voor mensen die niet hebben geleerd hun eigen vraag te benoemen.

De wortels van gemengd wonen, liggen bij ’t Groene Sticht. De Tussenvoorziening is samen met Emmaus en Ab Harrewijn de initiatiefnemer van dit buurtje in Leidsche Rijn. Omdat er vaak veel weerstand in buurten ontstaat tegen het huisvesten van daklozen, ontstaat het idee om dit proces om te draaien. Er wordt een buurtje gebouwd met woon- en werkmogelijkheden voor daklozen en woningen voor buren die daar positief tegenover staan. In 2003 is ’t Groene Sticht opgeleverd.

De goede ervaring in ’t Groene Sticht met het herstel van daklozen, is de inspiratiebron voor de doorontwikkeling van gemengd worden. Te beginnen met Parana (geopend in 2014). Gevolgd door: Majella (2016), Place2bU (2017) Ludgerus (2018), Seyster Veste (2020), Meanderpark (2020), MIXIT (2020) en LIVIN (2020). Er worden 9 gemengd woonprojecten met 221 woningen voor onze cliënten gerealiseerd. Nieuwe gemengd woonprojecten als Tango (Leidsche Rijn, 30 woningen, 2022) en de Cartesius driehoek (170 woningen, 2023-2025) komen eraan.

2017

De regio in

Onze succesvolle aanpak met de begeleiding van mensen met complexe problemen blijft niet onopgemerkt in de gemeenten rondom Utrecht. En de decentralisatie van de maatschappelijke opvang maakt de weg vrij om iets te doen aan de grote instroom vanuit de regio in Utrechtse voorzieningen. We zoeken de samenwerking op met gemeenten, woningbouwcorporaties en sociale diensten.

We trekken de regio in. Met ook een nieuwe taak: het voorkomen van dakloosheid. In 2016 helpen we huisuitzetting voorkomen bij 5 cliënten in de Lekstroomregio. Datzelfde jaar openen we onze eerste woonlocatie in Zeist met 9 kamers. In Amersfoort starten we met Housing First en de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers. De vraag blijft stijgen en in 2017 verankert onze begeleiding in de regio’s Amersfoort, Zeist, Lekstroom. Het jaar daarop ook in Utrecht West.

De Sleep Inn is na ruim 20 jaar toe aan vernieuwing. We gaan in 2016 op onderzoek uit: hoe richten we de opvang zo in dat die voldoet aan de wensen van deze tijd? We gaan op werkbezoeken bij opvangorganisatie door het hele land. Daar zien we dat 1-persoonskamers een enorme meerwaarde hebben voor het verlagen van stress bij gasten. Er ontstaat zo meer ruimte om te werken aan herstel.

In 2018 bouwen we in de Sleep Inn een aantal klassieke slaapzalen om naar 12 eenpersoonskamers. Deze ontwikkeling is een belangrijke stap in de overgang van nachtopvang naar 24-uursopvang.

In onze voortdurende zoektocht om mensen die dakloos zijn sneller en duurzamer te helpen, lopen we tegen Springplank Eindhoven aan. Springplank biedt mensen die willen en kunnen werken, direct een werkplek en bij goed functioneren ook een eigen woonplek. De baan zorgt voor sociale contacten, structuur en economische zelfstandigheid. De woonplek is de stimulans om het werk vol te houden en onderliggende problemen aan te pakken.

In 2019 starten we met WIJ 3.0 en Springplank Eindhoven een pilot om Springplank in Utrecht te realiseren. Met succes! Van de eerste 18 afgemaakte trajecten is 50 % uitgestroomd naar betaald werk en 30 % heeft een eigen woonplek. De Springplankbegeleider biedt intensieve begeleiding en coaching op alle vlakken: werk, wonen en herstel. Ook coacht de begeleider de werkgever. Een nieuw soort no-nonsense begeleiding is geboren.

In 2020 krijgt de regio Utrecht € 22 miljoen om extra om dakloosheid tegen te gaan. Met het programma Eerst een Thuis willen de gemeenten dak- en thuislozen zo snel mogelijk aan een woning helpen. De Tussenvoorziening maakte afspraken om 114 extra volwassenen en gezinnen onder dak te brengen.

Het programma Eerst een Thuis maakt het mogelijk om maar liefst 94 woningen te realiseren in 4 verschillende nieuwbouwprojecten voor gemengd wonen in Leidsche Rijn en Nieuwegein. Daarnaast hebben we afspraken voor 20 Housing First trajecten waar mensen verspreid in de wijk wonen. Het grootste deel van de woningen zijn omklapwoningen. De woning komt op de naam van de cliënt te staan als de begeleiding afloopt. Daardoor hoeft een cliënt niet meer te verhuizen.

Toekomst

De toekomst is per definitie ongewis, maar wij blijven doen wat nodig is. Het aantal daklozen is dusdanig gestegen dat er meer rijksgeld voor opvang en ‘eigenhuis eerst’ naar de gemeentes zal gaan. Tot 2030 komen er 1 miljoen woningen bij. En de uitwassen van de decentralisaties zullen deels gerepareerd worden. Om te beginnen met de jeugdzorg.

De Tussenvoorziening groeit stevig door. Contracten met de gemeente Utrecht zijn gegarandeerd tot 2028. We zijn betrokken bij meerdere nieuwbouwprojecten voor gemengd wonen. Ook breiden we het aantal plekken binnen de Wet Langdurige Zorg uit. Medewerkers vinden het fijn om bij ons te werken. Er is veel ruimte voor betrokkenheid, zelfontwikkeling en idealisme.